Welkom arrow Preken arrow 12-09-2004 VM / Br. I. Maaswinkel / Nehemia 8, Joh.13:35-35, Joh.15:9-17
SGA Rotterdam | zaterdag 05 juli 2008
Hoofdmenu
Welkom
Laatste nieuws
Algemeen
Informatie
Huwelijk/Relaties
Marriage Course
Alpha-cursus
Cursussen
Jeugdverenigingen
Kerkdiensten
Preken
Symbolisch Bloemschikken
Gemeentelijk leven
Kringen
-
Interessante links
Neem contact op
-
Agenda SGA
Kalender KC
Stuur een kaart
Diverse foto's
Forum SGA
-
Downloads
Inloggen
Diverse Foto's

Wijkmiddag wijk 2
Zoek in Bijbel
Voer een aantal woorden of zin in om te zoeken


 
 
 
12-09-2004 VM / Br. I. Maaswinkel / Nehemia 8, Joh.13:35-35, Joh.15:9-17 PDF Afdrukken E-mail

Datum12 september 2004 ochtenddienst
VoorgangerBr. I. Maaswinkel
Tekst

Nehemia 8
Johannes 13: 35-35
Johannes 15: 9-17

Bijzonderheden/themaStartzondag /
Een nieuwe start?

Heeft u wel eens een woonkamer verbouwd in 2 dagen?
Op televisie zie je dat nogal eens (inmiddels bij zo ongeveer alle omroepen geloof ik).
U weet wel. De buren verbouwen jouw huis en jij dat van je buren.
Ik vraag me trouwens wel af of die mensen er achteraf allemaal zo gelukkig mee zijn en hoe de relatie met de buren daarna is, maar dat terzijde.
Misschien kan de EO ook wel mee doen met deze hype. Met een soort nazorgprogramma:
'Het burendiner' of  'Na de verbouwing' of zoiets.

Het volk Isra?l heeft ook een bouwprogramma achter de rug.
In een tijdsbestek van 52 (!) dagen heeft men de muren van Jeruzalem herbouwd.
Dat mag je gerust een wonder noemen en dat werd door iedereen, vriend en vijand, ook zo gezien. Lees maar in hoofdstuk 6 vers 16: 'Toen al onze vijanden dat gehoord hadden, werden al de volken rondom ons bevreesd en zeer terneergeslagen, en erkenden, dat dit werk met de hulp van onze God gedaan was.'

Dat is meteen iets voor ons om aan te denken. Als wij met Gods hulp de gemeente bouwen en het schijnbaar onmogelijke werk gewoon beginnen te doen, dan kunnen er hele mooie dingen ontstaan die zelfs ongelovigen versteld doen staan!

Maar laten we nu eerst even terug gaan in de tijd om deze geschiedenis uit hoofdstuk 8 goed te kunnen begrijpen. Wat ging er aan vooraf?

Het volk Isra?l is in ballingschap weggevoerd. Het is van de Here God afgedwaald en is afgoden gaan dienen, ondanks Gods zorg en trouw en het heeft niet geluisterd naar de profeten die God hen had gestuurd.
Uiteindelijk is dan de maat voor God vol en voltrekt Hij de straf die Hij al aangekondigd had nog voor het volk het land Kanaan binnen zou trekken. U leest dat onder andere in Deuteronomium 29 en 30; vloek en zegen houd Ik u voor.
En die straf is ballingschap. Op Gods bevel komen de vijanden en nemen het land in. Velen worden gedood, de tempel wordt leeggeroofd en verbrand. De muren van Jerzualem worden verbrand net als vele huizen. Het volk wordt in gevangenschap weggevoerd en het land wordt prijsgegeven aan de heidenen. Zo wordt Isra?l verstrooid onder de volken en moet het land 70 jaren woest liggen en rusten om zijn sabbatsjaren vergoed te krijgen zoals Jeremia had geprofeteerd. Het volk dat door God was apart gezet, geheiligd, is zijn land kwijt en zijn tempel??.

maar gelukkig niet zijn God!
Want in Deut. 30 zegt God ook dat als ze weggevoerd zijn in ballingschap en zich daarna  bekeren met heel hun hart en heel hun ziel, dat Hij dan naar hen zal horen en hen terugbrengen zal naar hun land. En als God iets beloofd dan doet Hij het ook!
Over de vervulling van die belofte van terugkeer gaan de bijbelboeken Nehemia, Ezra en het slot van 2 Kronieken.

En zoals God eerder Isra?ls vijanden opdracht had gegeven hen weg te voeren, zo geeft Hij op een zeker moment Kores, de koning van Perzie in het hart de tempel te herstellen.
Dat gaat allemaal overigens niet zonder slag of stoot. Men komt jarenlang niet verder dan het leggen van het fundament en het opnieuw oprichten van het altaar.

Daar is weer een belangrijk aandachtspunt voor ons: Als wij bouwen aan Gods koninkrijk zal dat nooit zonder tegenstand gaan. Die tegenstand kan ernstige vertragingen veroorzaken in het werk voor de Here en het soms zelfs lange tijd stil leggen.
Zo zien we dat pas onder koning Darius met de bouw van de eigenlijke tempel begonnen wordt en dat de tempel af komt in het jaar 516 voor Christus (dat is dus 70 jaar nadat Nebukadnezar de tempel had leegegeroofd en verbrand). U ziet het, profetie?n van God komen altijd uit!
Een deel van het volk is dan inmiddels teruggekeerd uit de ballingschap.
Nog eens 70 jaar daarna, onder koning Artachsasta, trekken eerst Ezra en later Nehemia met toestemming van de koning op naar Jeruzalem.

Goed, de tempel is dus inmiddels herbouwd en een klein deel van de stad ook, maar de muren nog niet. Het land en de stad Jerualem liggen er troosteloos bij. Ezra en Nehemia hadden er hun hart op gezet de wet te onderwijzen, de dienst aan de Here te herstellen, het land te besturen en het volk weer te heiligen, dus apart te zetten van de heidenvolken. Daarom was niet alleen de tempelbouw van belang geweest maar ook Jeruzalem moest herbouwd worden en de muren moesten weer hersteld worden. Letterlijk en figuurlijk moest Isra?l weer afgezonderd worden. Als voorbeeld voor de volken en om God te dienen.
God had ingegrepen, er stond immers nogal wat op het spel. Via Isra?l moesten uiteindelijk alle volken met het Evangelie bereikt worden. De Messias moest geboren worden uit Isra?l. Dit volk mocht dus niet verloren gaan!!!

Daarmee zijn we dan aangeland bij hoofdstuk 8 van Nehemia. Wat gebeurt hier?
Nadat de muur is voltooid gaat iedereen wonen in zijn steden, maar met het dringende verzoek om terug te komen op de eerste van de zevende maand. Dat is ongetwijfeld Nehemia's werk geweest. Nehemia, de organisator. Kom naar Jeruzalem om daar naar het lezen van de wet te luisteren.
Dit moest eigenlijk om de zeven jaar gebeuren op de tijd der kwijtschelding, dat viel dan ongeveer samen met het loofhuttenfeest (dat overigens jaarlijks gevierd moest worden). Dit loofhuttenfeest werd ook wel het feest der inzameling van de oogst genoemd en vond plaats bij de wisseling van het kalenderjaar (half september).
De instelling van deze wetslezing uit Deuteronomium 31 is heel lang niet opgevolgd. Hoelang, dat weten we niet precies. Het gold helaas voor veel van Gods geboden en instellingen dat ze nauwelijks opgevolgd zijn.

Maar nu wordt er een uitnodiging gedaan om te komen en een instelling van God weer te gehoorzamen. Hij zal in spanning hebben gezeten, Nehemia, zullen ze komen straks?
Alle voorbereidingen zijn getroffen. Ik stel me zo voor dat er veel gebeden is door Nehemia en Ezra en anderen voor een goede opkomst, voor een honger naar Gods woord.
Als je zelf wel eens iets in de gemeente hebt georganiseerd voor de eigen leden of voor ongelovigen  dan herken je dat wel, dat uitkijken naar de opkomst. Want je kunt wel van alles organiseren en aan de mensen voorhouden, maar ten diepste is het Gods Geest die in de harten moet werken. Maar je hoopt en je bidt altijd wel dat er veel zullen komen en dat het ze zal raken.

Alles staat klaar. Er is een soort verhoging gemaakt waar Ezra en een aantal andere mannen op konden staan zodat iedereen ze kon zien (hier hebben we de eerste preekstoel denk ik).
En ja, ze komen, en in grote getale! Hoeveel is onduidelijk. Telden slaven en slavinnen mee in de telling van hoofdstuk 7? En vrouwen en kinderen ook? In elk geval waren ze er hier wel bij. Het moeten er enige tienduizenden geweest zijn.
Als ??n man komen ze bijeen op het plein voor de Waterpoort. Mannen, vrouwen en kinderen vanaf een jaar of 10-12 zegt vers 3. 

En dan op Gods tijd, na zovele tientallen jaren wordt de wet weer voorgelezen. Het volk vraagt er zelf om, dat is heel bijzonder, men verzoekt Ezra het boek der wet van Mozes te halen. Hieraan zien we dat Gods Geest iets gedaan heeft in de harten van het volk. Ze vragen er zelf om Gods woord te horen. Er is verwachting en spanning onder het volk. Ze zien uit naar wat God gaat doen.
De priester Ezra brengt de wet, de Thora, de vijf boeken van Mozes, voor de gemeente.

Dan begint het. Stel je dat even voor in gedachten: Ezra opent de rol en het volk dat eerst zat, gaat spontaan staan uit eerbied voor Gods Woord. Stel je dat eens even voor. Een vol stadion of een groot veld vol mensen, of een kerk vol mensen. De bijbel gaat open en iedereen gaat spontaan staan uit eerbied. Ik heb het een keer meegemaakt en kan u zeggen dat dat heel indrukwekkend is.

Ezra begint met lofprijzing. Zo hoort het ook, zo wil God het ook. Wij hebben dat ook gedaan vanmorgen. God troont op de lofzangen Isra?ls. Als Ezra God looft, beantwoordt de hele gemeente dat met de handen ten hemel geheven met Amen, Amen! Men stemt ermee in.
Maar men blijft niet staan. Nee, nu wordt er geknield en daarna ook gebogen met het gezicht op de grond. Een uiting van grote eerbied en onderwerping.

Het hele lichaam doet mee in deze liturgie en elke lichaamshouding drukt iets anders uit. Ik ben bang dat wij in het Westen dat verleerd zijn. Staan okay dat doen we misschien wel, maar knielen en buigen voor God, dat is toch wel heel eng. Wat vindt degene naast mij in de kerk daarvan? Misschien bidt u thuis wel geknield? Probeer het anders maar eens, als u er fysiek tenminste toe in staat bent. Je zult zien dat je meteen in de juiste houding tegenover de Here komt. Je wordt klein.

De lezing van de wet duurde wel even die dag, zes uur lang om precies te zijn. En het gehele volk hoorde aandachtig naar het boek der wet staat er. Dat moet wel een opwekking zijn geweest daar in Jeruzalem. Dat doe je uit jezelf toch niet? Aandachtig zes uur lang luisteren naar het Woord van God!

Het hele volk sprak Aramees en de wet was in het Hebreeuws opgesteld dus er was wel noodzaak om het uit te leggen. Daarom gaan de Levieten door de menigte heen om te vertalen in het Aramees en uitleg te geven. Ezra spreekt telkens en wacht dan om de Levieten daar de kans voor te geven. Al die tijd blijft het volk staan.
Sinds de ballingschap, en misschien wel langer, had het volk geen poging gedaan om onderwezen te worden in het Woord van God. De generaties die hier stonden op het plein voor de Waterpoort wisten waarschijnlijk vrijwel niets van de inhoud van Gods Woord.

En kennis van Gods Woord is absoluut noodzakelijk. Zonder kennis geen groei, zonder kennis kun je God niet dienen en behagen. Zonder kennis ben je weerloos tegen de duivel.
Wil je daar alsjeblieft aan denken als straks de uitnodigingen voor de catechesaties en de clubs worden uitgereikt. Laat de kans om kennis van God op te doen niet liggen. En u ook als ouders. Laat u zelf en uw kinderen onderwijzen, je leven lang, om Hem steeds beter te leren kennen en dus lief te hebben!

Dan komt er iets opmerkelijks in vers 10,11 e.v. Nehemia, Ezra en de Levieten, die de uitlegging verzorgden moeten het volk tot kalmte manen. Deze dag is voor de Here, uw God heilig; bedrijft geen rouw en weent niet. Want het gehele volk weende, toen het de woorden der wet hoorde. God Geest heeft bewerkt dat de harten van de mensen geraakt zijn. Hun ogen zijn geopend. We hebben gezondigd. Bij het lezen van de wet is het ineens tot ze doorgedrongen dat zij en hun voorgeslacht zwaar gezondigd hebben en er is diep verdriet daarover en angst voor Gods toorn..

Dat is ook een kenmerk van opwekking. Het begint altijd met Gods Geest en het begint in de gemeente. De Geest die overtuigt van zonde. Daarna belijdenis van zonde en opruiming daarvan. Dan kan God vergeven. En  komt er ruimte voor Gods Geest. Dan gebeuren er wonderlijke dingen en komen mensen tot geloof. Wij zien de zonden van en in de wereld en we zeggen: kijk eens hoe afschuwelijk. Maar God zegt nee, eerst reiniging van Mijn huis, van Mijn gemeente en dan de wereld.

Opmerkelijk is dat ze niet mogen blijven huilen. Dat is iets wat God niet wil. We moeten niet blijven hangen in verdriet over vroegere zonden, die beleden zijn. Als God het vergeeft, is het weg, niet koesteren dus, niet blijven huilen! De lezing van de wet viel niet voor niets samen met de tijd der kwijtschelding. Want God wil vergeven, Hij koestert onze zonden niet om ze steeds weer tegen ons te gebruiken.

Dat is God ten voeten uit, zo is Hij. Nog maar nauwelijks hebben we (door Zijn genade) ontdekt dat we gezondigd hebben en hebben we berouw of Hij vergeeft ons al. Gaat heen, eet lekkernijen en drinkt zoete dranken en zendt aan ieder voor wie niets bereid is, een deel, want deze dag is voor onze Here heilig, wees dus niet verdrietig want de vreugde in de Here die is uw toevlucht. Iedereen moet erin kunnen delen. Hij vergeet niemand, ook niet die er niet bij zijn daar op het plein of die arm zijn. De ouden, zieken, de moeders met hele jonge kinderen. Iedereen hoort erbij, niemand wordt vergeten. Dat is een geweldige troost voor diegenen onder ons die noodgedwongen thuis zijn. U hoort erbij! God vergeet u niet. En een opdracht voor ons. Wij moeten dat deel gaan brengen aan hen. Ook aan hen die zoeken of dwalen. We mogen en moeten ze uitnodigen, jaloers maken. Kom mee joh, want God is goed!

Wat een God mensen! Wat een Vader! Hij ziet ons hart aan en weet meteen of wij berouw hebben. Als er berouw is dan vergeeft Hij meteen en Hij deelt Zijn zegen uit.

Het ging nog verder daar. Ook de 2e dag komen ze bij elkaar. Vandaag alleen de priesters, de Levieten en de familiehoofden. De honger is nog niet gestild. Men gaat samen met Ezra verder met het onderzoeken van de wet. Daarin ontdekken ze dat het loofhuttenfeest gevierd moest worden omstreeks deze tijd. En ze gehoorzamen er onmiddellijk aan. Ze denken niet laten we dat dan volgend jaar maar doen. Nee, nu gelijk. Als je ontdekt wat God wil dan moet je dat niet uitstellen maar gehoorzamen!
Het loofhuttenfeest, een vreugdefeest. Een feest vanwege de goede oogst, symbool van Gods goedheid en zorg voor Zijn volk. Ze vieren het op een manier zoals sinds de dagen van Jozua niet meer gedaan was.

Zo zochten ze eerst hun toevlucht bij God, want Hij is hun vreugde. (vs.11)
Dan, toen ze het Woord van God begrepen kwam er grote vreugde in hun hart (vs.13) en toen ze eraan gehoorzaamden (vs 18) kwam er zelfs zeer grote vreugde!

Elke dag werd er voorgelezen uit het boek der wet Gods. Zeven dagen vierden zij feest en op de achtste dag was er een feestelijke vergadering, volgens het voorschrift. Het gaat verder in hoofdstuk 9 en 10. Ik kan dat nu helaas alleen maar kort aanstippen, want ik weet niet of wij toe zijn aan een dienst van zes uur zoals destijds.

Je leest dat er een dag van boetedoening volgt na al het feesten. Het was dus geen emotionele oprisping geweest van het volk. Nee, het zondebesef en de dankbaarheid om de vergeving werken door. Zozeer zelfs dat het volk al de zonden belijd van hun vaderen en henzelf. (dat is hoofdstuk 9) en vrijwillig een verbond sluit met God. Men zet het zelfs op papier. De kerkelijke en bestuurlijke leiders van het volk gaan voorop en tekenen als eerste. En daarna mag iedereen het ook onderetekenen tot en met de kinderen van een jaar of 10-12. Ze beloven onder zelfvervloeking en onder ede om te wandelen naar de wet van God en alle geboden en inzettingen te onderhouden.

Zo maakte Isra?l een nieuwe start door Gods genade.
Geweldig mensen wat een opwekking is dat geweest, wat een geweldig werk van God!
Zaten we er maar middenin h?, daar verlangt toch iedereen naar?

Laten we nu eens even kijken naar vandaag.
Isra?ls rol was die van een apart gezet volk dat God moest dienen temidden van een ontaarde en van God afgedwaalde wereld. De Messias moest uit hen geboren worden. En wij vandaag in de 21e eeuw,  wij zijn de gemeente van Christus. Wij zijn Zijn lichaam op aarde. Wij zijn het instrument waarmee alle volken bereikt moeten worden. We zijn hier niet zomaar om de tijd uit te zingen en vol te maken en het met elkaar goed te hebben. Nee, we hebben een geweldige opdracht, het voorrecht om aan de wereld Jezus Christus bekend te maken. In ons geval vooral hier in deze stad.

En wat doen wij daarmee? Hoe kijken we naar die wereld? Zien we de zonden van de wereld en kijken we er met afschuw naar en mijden we de wereld zoveel mogelijk? Met de gedachte dat wij het zo slecht nog niet doen? Als dat zo is dan moeten we vandaag een hele belangrijke les treken uit deze opwekkingsgeschiedenis.
God bezoekt Zijn gemeente namelijk als eerste. Het is nu de tijd dat het oordeel begint bij het huis Gods staat er in 1 Petrus 4:17.

Dat wil zeggen, gemeente, dat God vandaag tegen ons zegt: Wat heb jij, wat hebben jullie gedaan met mijn geboden? En weet u wat dat zijn die geboden? Dat is het liefdegebod! Daarom lazen we uit Johannes. Dat wij elkaar liefhebben zoals Christus ons. Daaraan zal de wereld zien dat we discipelen zijn. Daar wordt door God vreugde bij beloofd als we elkaar liefhebben. Daar wordt zelfs verhoring van onze gebeden mede van afhankelijk gemaakt wanneer het gaat om het dragen van veel vrucht. Zo belangrijk vindt God het dat we Hem liefhebben boven alles en elkaar als onszelf, zoals Jezus het op een andere plaats samenvatte.
En daar was Isra?l in tekort geschoten.

En wij? Komen wij aan die liefdegeboden toe?
Kijkend naar de gemeente is er gelukkig veel om blij en dankbaar te zijn. We hebben een bloeiend jeugd- en kinderwerk met gemotiveerd en enthousiast kader. Vorige week hebben ze samen een  bezielende bezinningsdag gehad waar ze enthousiast van terug kwamen. Veel gaven worden ingezet, door diaconaal en pastoraal assistenten. De ambten kunnen (zij het soms met moeite) nog vervuld worden. Er is een liefdevol en breed gedragen Roemeni?-werk. En waarschijnlijk vergeet ik nog het een en ander. Zo op het eerste gezicht is er dus eigenlijk niets aan de hand. Oke, we hebben geen eigen predikant en dat vinden we jammer. Het bezorgt anderen extra werk en het is lastig voor de voortgang en de rode draad in de prediking. Maar verder hebben we het best goed, toch? En we hebben het ook best goed met elkaar zo in het algemeen en er is liefde. Of er niemand bij hangt valt te bezien. Maar toch, we doen ons best. 

Maar???. ondanks bloeiend jeugwerk moeten we helaas constateren dat bijna de helft van de jongeren niet naar de club of de catechisatie komt en helaas ook vaak niet naar de kerkdiensten. En in de loop der jaren hebben nogal wat leden zich ontrokken aan de kerk en in veel gevallen naar het zich laat aanzien ook aan God. En ook nu zijn er mensen die we missen, die dreigen af te dwalen. Nieuwe alphacursisten komen er nauwelijks nog. En een groot aantal mensen dat de cursus volgde blijkt maar moeilijk te kunnen integreren in onze gemeente. Naar OpenHuis-diensten komt zelden of ooit een ongelovige en dat geldt trouwens ook voor de gewone erediensten. En de predikant die wij zo graag willen komt maar niet. Bidstonden worden al sinds jaar en dag door slechts een handjevol mensen bezocht.

Dat alles moet ons toch iets te zeggen hebben! Dat moet ons zorgen baren en verdriet.

H? moet dat nou, denkt u misschien, dat zwartgallige aan het begin van een nieuw seizoen, we hebben nu toch een mooie dienst met elkaar, een startdienst. En waar heeft hij het nu eigenlijk over? Is dat wel zo? Is dat niet veel te pessimistisch allemaal? Zijn we niet veel te ongeduldig?

Het is moeilijk om over de gemeente in algemene termen te spreken. Je kunt nooit recht doen aan alles wat er leeft in de harten. Al te gauw trek je conclusies die te zwart/ wit zijn. God alleen ziet de harten aan. We moeten niet te snel, of beter gezegd helemaal niet oordelen. Het is goed om dat vast te stellen. We mogen en moeten wel naar mogelijke oorzaken zoeken.

Want de dingen die ik net noemde, mag ik het een diagnose noemen, duiden erop dat er iets niet goed gaat, dat het lichaam, de gemeente van Jezus Christus hier in de Alexanderpolder niet goed functioneert. We kunnen en mogen daar niet aan voorbij gaan.

Waar ligt dat dan aan? Hoe komt dat dan? Wat moeten we doen om het op te lossen? Hoe houden we mensen vast en hoe winnen we mensen voor Christus? Moeten we nog harder lopen? We zijn al zo moe! Nog meer activiteiten ontwikkelen, beleidsplannen maken en commissies instellen? Het werk beter structureren? Het kan nooit kwaad werk beter te organiseren natuurlijk en na te denken over de toekomst is goed en bijbels. Gemeenteopbouwplannen zijn nodig, noodzakelijk zelfs. Maar als we alleen dat doen  beginnen we aan de verkeerde kant van het probleem.

Wat dan, hoe komt het dan dat er zijn die blijdschap en enthousiasme missen, ook bij zichzelf? Laten we onszelf eens onderzoeken, net als bij het avondmaal, dat kan nooit kwaad!
Er zijn veel oorzaken mogelijk. Het feit dat we nog geen eigen predikant hebben kan ons af en toe een beetje moedeloos maken. Misschien tast dat onze blijdschap en onze passie wel eens aan.
De bijbel noemt ons ook concrete zonden die het persoonlijk en gemeentelijk leven kunnen verlammen en de Geest kunnen doven. Er kan verbittering zijn, er kan een zeer negatieve werking van sommige kritiek uitgaan. Er kan verdeeldheid zijn. Gebrek aan liefde en gaat u maar door.

En onderschat u in dit verband alstublieft het werk van Gods en onze vijand niet. Waar hij maar kan zal hij een voet tussen de deur wringen. Kijk maar naar de geschiedenis van vanmorgen. Het werk ondervond tegenstand en lag tientallen jaren stil!

Of misschien nog erger en daar moet je toch echt niet aandenken dat God dat van ons zou zeggen wat Hij in Openbaringen aan een aantal gemeenten schrijft. Dat ze lauw zijn, dat ze hun eerste liefde verzaakt hebben, dat ze naakt zijn terwijl ze denken gekleed en bekleed te zijn (net als de keizer uit dat sprookje), dat ze dood zijn terwijl ze denken dat ze levend zijn?
Zelfonderzoek dus. Levensgevaarlijk om het niet te doen!

Die diagnose van daarnet wil ik vanmorgen bij u neerleggen als een grote zorg, als verdriet. Verdriet van ons allemaal.
Wat de mogelijke oorzaken betreft die ik noemde vanuit de bijbel: Wellicht en hopelijk spelen een aantal oorzaken niet en misschien zijn er nog wel die niet genoemd zijn. Het gaat er nu om:
Wat kunnen we ermee doen? We kunnen ervoor gaan bidden. Dat is het enige juiste medicijn. Dan alleen zal God ons kunnen laten zien of er iets mis is en wat.

Wilt u dat doen. Wil jij dat doen? Of u zich nu herkent in alles wat gezegd is of niet.
Doe het niet voor een ander, niet om een ander te oordelen maar voor jezelf. Dat sluit niemand uit, ook mijzelf niet, ook de andere ambtsdragers niet. Niemand. Gewoon vragen: Here, is er iets tussen mij en U in komen staan of niet?
Ben ik nog vol van Uw Geest? Of mag ik het worden? Voor het eerst of opnieuw?

Doe het alleen, doe het in groepsverband, maar doe het alstublieft. Volgende week zondagmiddag is een mooie eerste gelegenheid om dat weer echt samen te doen, samen Gods aangezicht te zoeken. Misschien wel onze zonden te belijden en het in orde te maken met God en met elkaar als dat nodig is. Misschien samen te vragen of er belemmeringen zijn voor verhoring van ons gebed om een predikant en samen te vragen om dat wat ontbreekt bij ons persoonlijk of als gemeente.

Het mooie is dat het kan. Het kan bij God, we hebben dat gezien vanmorgen in die opwekkingsgeschiedenis. God staat al klaar om ons te vergeven wat het ook is en al de schatten van Christus uit te delen. Maar Hij wil wel onze liefde voor Hem en voor elkaar. Radicale, toegewijde liefde en navolging. Zoals Hij dat van Isra?l wilde zo wil het niet minder van ons.

Het is Gods intense verlangen en het is waar Christus voor heeft geleden en gebeden dat Zijn gemeente een gemeente is van toegewijde discipelen, die in praktijk brengen wat Jezus zo vurig van hen verlangde; dat zij elkaar liefhebben en God boven alles. Een gemeente die liefde uitademt en uitstraalt. Die zich richt op de wereld die verloren dreigt te gaan. Die zich uitstrekt naar de inwoners van deze stad die het Evangelie van verlossing en eeuwig leven zo hard nodig hebben. Die eenparig begeert en bidt en strijdt en die een grote aantrekkingskracht heeft.

Dan, als Zijn gemeente zo is, kan Hij haar pas echt goed gebruiken om mensen naar Zich toe te trekken. Eerst moet Zijn gemeente op orde zijn. Dat is een les uit de bijbel en uit de kerkgeschiedenis.

Zo mogen we persoonlijk en als gemeente altijd weer opnieuw beginnen bij God; een nieuwe start maken.

Geve God zelf ons de genade voor een nieuwe start. Zodat vandaag, 12 september 2004, een mijlpaal zal blijken te zijn, een echte startzondag. Het begin van ons loofhuttenfeest, het feest van de oogst! Want de velden zijn immers wit om te oogsten!?


Amen!

 
 
   
     

 
 
© 2008 SGA Rotterdam
Joomla! is Free Software released under the GNU/GPL License.