|
Vanavond bidden wij om een zegen voor het gewas, dat nog moet gaan groeien en wij vragen ook om een zegen over onze arbeid. Dit om een zegen vragen ziet u uitgebeeld in de open vorm van de takken, die omhoog stijgen, een vragende en ontvankelijke vorm. Ook de bloemblaadjes van de tulpjes staan open naar de hemel, dit beeldt ook het bidden uit. De kleur rood verwijst naar de liefde van God, die naar ons wil luisteren. De groene kleur van de takjes en het mos verwijst naar de hoop, groei en verwachting van nieuw leven. Iets van het nieuwe leven ziet u in de bloesemtakjes. Bloesem staat als het ware op uit een dode tak, een belofte voor de toekomst, het is een begin van vrucht dragen. Het gras en het varenblad symboliseren nederigheid, gras door de gebogen vorm en varen groeit altijd in de schaduw onder bomen. We dienen een nederige houding aan te nemen tegenover God, we zijn immers van Hem afhankelijk of Hij wasdom en groeikracht geeft. Ik lees u nog voor Lied 164 uit de Evangelische Liedbundel: Wij ploegen en wij zaaien bewerken trouw het land Doch of wij zullen maaien dat staat in ?s Heren hand Hij heeft het al geschapen ?t Is door Zijn hand gegaan Hij doet, terwijl wij slapen Ontkiemen ?t dorre graan
Refrein: elke goede gave daalt van de hemel neer De dank komt toe aan God de Heer Geeft Hem alleen de eer! |