| Datum | 31 augustus 2003 (ochtenddienst) | | Voorganger | Ds. Otten | | Tekst | Efeze 4:1-16 | | Bijzonderheden/thema | Instituering SGA |
Schriftlezing: Efeze 4:1-16- Als gevangene in de Here, vermaan ik u dan te wandelen waardig der roeping, waarmede gij geroepen zijt,
- met alle nederigheid en zachtmoedigheid, met lankmoedigheid, en elkander in liefde te verdragen,
- en u te beijveren de eenheid des Geestes te bewaren door de band des vredes:
- een lichaam en een Geest, gelijk gij ook geroepen zijt in de ene hoop uwer roeping,
- een Here, een geloof, een doop,
- een God en Vader van allen, die is boven allen en door allen en in allen.
- Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate, waarin Christus haar schenkt.
- Daarom heet het: opgevaren naar den hoge voerde Hij krijgsgevangenen mede, gaven gaf Hij aan de mensen.
- Wat betekent dit: Hij is opgevaren, anders dan dat Hij ook nedergedaald is naar de lagere, aardse gewesten?
- Hij, die nedergedaald is, Hij is het ook, die is opgevaren ver boven alle hemelen, om alles tot volheid te brengen.
- En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars,
- om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus,
- totdat wij allen de eenheid des geloofs en der volle kennis van de Zoon Gods bereikt hebben, de mannelijke rijpheid, de maat van de wasdom der volheid van Christus.
- Dan zijn wij niet meer onmondig, op en neder, heen en weder geslingerd onder invloed van allerlei wind van leer, door het valse spel der mensen, in hun sluwheid, die tot dwaling verleidt,
- maar dan groeien wij, ons aan de waarheid houdende, in liefde in elk opzicht naar Hem toe, die het hoofd is, Christus.
- En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde.
Gemeente van Christus,
Het is geen toeval dat we bij de instituering uit de brief van Paulus aan Efeze gelezen hebben. Deze brief wordt ook wel de kerkbrief genoemd. Paulus spreekt uitvoerig over het fundament van de gemeente en de opbouw van de gemeente. Over gemeenteopbouw wordt in onze tijd veel gezegd en geschreven en het is u niet vreemd. Van alle kanten worden pogingen ondernomen om het verval van de kerk tegen te gaan en om de kerk weer in beweging te krijgen. De Samen op Weg-kerken schreven een prijsvraag uit om idee?n te verzamelen over kerk-zijn in deze tijd onder de slogan ?Leve de Kerk?. Van de zijde van de Evangelische Alliantie startte men het project ?Kerk in Uitvoering? en de laatste tijd is alle aandacht gericht op ?doelgericht gemeente-zijn?. Vandaag wordt de CGK Alexanderpolder als onderdeel van de Samenwerkingsgemeente geinstitueerd middels het (her)bevestigen van ambtsdragers. Een historisch en blij moment waarbij onze gedachten teruggaan naar hoe en waarom het begon en naar hen die daarbij betrokken waren. Voordat we de ambtsdragers (her)bevestigen en zo de gemeente institueren willen we luisteren naar wat Paulus zegt in Efz 4:1-16 in bijzonder de vss 7,11,12,16: ?Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate waarin Christus haar schenkt?.En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus?. En aan Hem ontleent het gehele lichaam als een welsluitend geheel en bijeengehouden door de dienst van al zijn geledingen naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent, deze groei des lichaams, om zichzelf op te bouwen in de liefde.? ?INSTRUCTIE BIJ DE INSTUERING? - de eenheid van het lichaam
- de verscheidenheid en bedieningen van alle leden
- de taak van de ambten
Hoe en waarvoor zijn wij gemeente? Met welk doel zijn we CG/NG-kerken? En waarom zijn we Samenwerkingsgemeente? Ik ben bang dat heel wat gemeenten en gemeenteleden, ambtsdragers incluis, het zicht daarop absoluut hebben verloren. Er zullen er heel wat in onze kerken zijn die daarbij denken of hardop zullen zeggen: Hoe en waarvoor kerk? Christelijk Gereformeerd Kerk? Wel, om het pand te bewaren dat ons is toevertrouwd, om te handhaven de waarheid Gods in de Drie Formulieren van Eenheid te handhaven, want, o wee, dwaalleer, modernisme, vernieuwing en verbreding bedreigen het godzalige leven. Stram staat men als wachters op Sions muren en strak worden de teugels aangehaald en worden regels toegepast en wordt alles en iedereen zorgvuldig gewogen. Gevolg: Krampachtigheid, vruchteloosheid en vreugdeloosheid. Andere leden denken: Waarvoor kerk? CG-NG-kerk? Wel, om een goed woord te horen zo mogelijk bevindelijk, zo mogelijk om gevoed en gesteund te worden in mijn geloofsleven. Ik zal niet ontkennen dat de Here God u daartoe trekt binnen de kring van de gemeente...want geloven in je eentje is onmogelijk...Maar er is meer en iets anders! Waarvoor gemeente en gemeentelid? Niet om te conserveren, niet om te consumeren, maar om te produceren! Namelijk, om te groeien als gemeente, als christen, om vrucht te dragen. Jezus zegt zelf: ?Hierin is Mijn Vader verheerlijkt dat gij veel vrucht draagt.?-Joh 15. De Schrift zelf spoort ons op tal van plaatsen aan tot activiteit als gemeente en gemeentelid: Woeker met uw talent! Werk zolang het dag is! Hoe zal dat werken, dat groeien en vruchtdragen als gemeentelid en gemeente dan moeten gaan? Paulus geeft kort en bondig zijn instructies van gemeenteopbouw aan Efeze- Efz 4:1-16. Kort samengevat: Opbouw van de gemeente: - Niet alleen, maar samen
- Door een ieder afzonderlijk naar de genadegave en
- Ondersteunt en gestimuleerd door de dienst van de ambten.
- Eenheid van het lichaam. Paulus gebruikt in Efz 4 het beeld van de gemeente als een lichaam. In de vss 1-6 onderstreept hij de eenheid van het lichaam. Zoals het lichaam ??n geheel is, alle ledematen met elkaar verbonden zijn, zo is de gemeente ??n en zo zijn alle leden van de gemeente met elkaar verbonden. Wij zijn geen los zand, geen los van elkaar staande individuen, maar als broeders en zusters zijn we op tal van manieren met elkaar verbonden. Vs 4-6: ??n lichaam en ??n Geest, geroepen tot de enen hoop uwer roeping, ??n Here, ??n geloof, ??n doop, ??n God en Vader van allen.?. Hoe heerlijk dat te belijden en te beleven en dat over kerkmuren en kerkverbanden heen, zoals dat onder u zichtbaar gestalte mocht krijgen als samenwerkingsgemeente. ?Samen in de Naam van Jezus? en : ?U maakt ons ??n, U bracht ons tezamen. Wij eren en aanbidden U.? Dat is niet alleen belangrijk, maar ook troostvol en bemoedigend. Daardoor mag je weten: Ik ben niet alleen op de pelgrimsreis naar de eeuwigheid, Gods volk trekt samen met mij op, omringt mij, draagt mij, stimuleert mij om voort te gaan, uit te gaan de wereld in, Hem tegemoet. Dat is de eenheid van Christus' gemeente.
Maar die eenheid is niet hetzelfde als uniformiteit. Zo vaak wordt dat er wel onder verstaan: Eenheid is: hetzelfde zeggen, hetzelfde zingen, hetzelfde doen. Eenheid dan pas als er door allen hetzelfde gewaad en gepraat is. Dat is natuurlijk onzin. Zo'n eenheidsgedachte drukt het individu dood, maakt het kerkvolk tot een grauwe massa. Nee, zegt Paulus, net als in een lichaam is er in de gemeente naast eenheid, verscheidenheid. - De verscheidenheid en bedieningen van alle leden. Vs 7: ?Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade gegeven, naar de mate waarin Christus haar schenkt.? Mijn lichaam is ??n, maar tegelijk is mijn lichaam veelvormig. Mijn lichaam is niet ??n lid, maar kent vele ledematen, elk op hun eigen plaats, elk met zijn eigen functie/taak. Zo is het ook in de gemeente. Elk gemeentelid heeft zijn eigen plaats en eigen taak in de gemeente en dat niet zo maar willekeurig, maar ?naar de genade ieder afzonderlijk gegeven?. En e genade die gegeven is of die ontvangen is betekent hier in Efz 4 niet??het geschonken heil in Christus?, nee, Paulus bedoelt hier, net als in Rom 12:6 de genadegaven, de charismata. Dat wil zeggen: ?Iedere gelovige afzonderlijk is, naar de mate waarin Christus haar schenkt, een genadegave gegeven; een bediening in de gemeente gegeven. En die charismata, bedieningen zijn niet alle dezelfde, maar onderscheiden. In Rom 12 en 1 Kor 12 noemt Paulus een hele rij genadegaven: profetie, dienen, leren, zielzorg, geven, kennis, geloof, genezing enz. Hoe en waarvoor ben je gemeentelid? Om naar de genadegave die de Here zelf gegeven heeft op mijn plaats en op mijn wijze de gemeente, het lichaam te dienen zodat de gemeente/het lichaam groeit en vrucht draagt. De oude Heidelberger wees daar al op in zondag 21 antwoord. 55: ?Ten tweede dat ieder zich geroepen moet voelen om zijn gaven tot nut en heil van de andere leden bereidwillig en met vreugde te gebruiken.? Een antwoord dat veelal eenzijdig is uitgelegd in de richting van tijd, krachten en geld geven aan de kerk, terwijl bedoeld is en moet worden: de gaven van de Geest tot opbouw van de gemeente. Weet u, die door Gods genade een kind van God mag zijn, wat uw genadegave is? Wat daarom uw bediening is in en vanuit de gemeente? Hebt u en ook jij daarover wel eens nagedacht en leef je daaruit en werk je daarmee? Ik denk dat er heel wat zijn die daarover nog nooit nagedacht hebben. Al wil dat niet zeggen dat ze niet naar hun genadegave dienen. In veel gevallen komt het er als vanzelf wel uit in wat men in de gemeente doet. Maar hoe dat ook zij.. je er van bewust zijn kan enerzijds behoeden voor het opnemen van taken die niet bij je gave passen en anderzijds je richten op taken en bedieningen die wel bij je geestesgave passen. Het is goed om jezelf de vraag te stellen: Heeft de Here mij misschien de gave gegeven om met wijsheid te spreken of de gave van de vertroosting(zielszorg) en hoe zou ik die dan in mijn gemeente kunnen en mogen inzetten? Heb ik toch misschien de gave van genezing en hoe krijgt die bediening van de genezing dan gestalte> Of heb ik de gave van profetie en wat betekent dat dan? Of de gave van het dienen of leiding geven? We hebben er vaak niet over nagedacht omdat wij het in onze kerken theologisch hebben wegverklaard als gaven en bedieningen die hoorden bij de eerste gemeenten en de eerste tijd. Vooral de spectaculaire gaven als die van genezing en spreken in tongen. Vervolgens hebben wij alle accenten gelegd op de ambten. En zeker, we spraken en spreken soms nog wel over ?het ambt van alle gelovigen', maar dat is op alle mogelijke manieren afgeslankt en vaag gebleven. Daarom is het dat we, als het gaat om het vervullen van taken meer letten op natuurtalent en beschikbaarheid. Het moet en het mag zo anders zijn. ?Maar aan een ieder onzer afzonderlijk is de genade..een charisma gegeven tot dient aan en groei van de gemeente.? En dat niet uit onszelf, geen natuurtalent ( al heeft de gave van de Geest soms wel aansluiting bij wat we noemen natuurtalent of aanleg: De Geest neemt je als persoon zoals je bent in dienst en tegelijk op nieuwe wijze) en ook niet dat het je is aangepraat door anderen, maar gegeven door de ten hemelgevaren Christus. Vs 7 ?Gaven gaf Hij aan de mensen. Hij gaf ((edook?n) in het grieks eens en voorgoed. Aan de eerste gemeente vanaf de Pinksterdag tot nu toe en tot aan Zijn wederkomst! Christus zelf heeft aan Zijn gemeente gaven gegeven; en aan elk waarachtig gemeentelid afzonderlijk, om te dienen in Gods Kerk en Koninkrijk. Te dienen in de gemeente en daarbuiten in de wijngaard. Te dienen onderling in onderwijzing, vertroosting, voorbede, het delen van de zegen en kracht en daarbuiten: de verdrukte, de gewonde, de vervolgde en de onderdrukte. Er is eenheid, maar het zijn velerlei bedieningen door de Geest. Als het goed is gonst het van activiteiten in en vanuit de gemeente. En dat alles wordt ondersteund, gestimuleerd en gestuurd door de dienst der ambten.
- De taak van de ambten. Efz 4:11,12: ?En Hij heeft zowel apostelen als profeten gegeven, zowel evangelisten als herders en leraars, om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus.? Er zijn er heel wat ook vandaag die bij de genadegaven, de charismata blijven staan en daarin blijven hangen. Dat is, zo vinden zij, het ware. Het gaat om de gaven van de Geest! Weg met de ambten, die starre structuren. Laat de Geest waaien en werken!? Onzin! Dan heeft men Paulus maar half gelezen. Paulus heeft voluit oog voor de charismata en het charismatische..Maar juist daarom zijn er de ambten! Hij heeft gegeven genadegaven-vs 7 en dan niet stoppen, nee, in ??n lijn en op dezelfde toonhoogte zegt Paulus; ?En Hij heeft gegeven zowel apostelen al profeten enz.?Het gaat niet om een keuze voor het ene of het andere. Wie dat die vervalt ofwel tot dweperij ofwel tot star structuralisme. Nee, het is juist ?n-?n! Uit de kring van de gelovigen geeft de Here sommigen die als speciale dienst hebben er zorg voor te dragen dat de gemeente wordt gefundeerd en functioneert, en dat elk lid met zijn of haar gave aan de slag gaat en vrucht draagt tot opbouw. Of om met Paulus te spreken: ?Hij (Christus) heeft hen gegeven...om de heiligen toe te rusten tot dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus.? Pas als er de ambten zijn is de gemeente werkelijk ge?nstitueerd, krijgt zij gestalte. Daarom stelde Paulus overal oudsten aan, daarom valt tot op vandaag het institueren van ( een deel) de gemeente samen met de (her)bevestiging van ambtsdragers. Het doel van uw ambt als ouderling en als diaken is in de eerste plaats: ?de heiligen toerusten tot dienstbetoon?. Toerusten - Het woord in het Grieks doet ons denken aan de taak van een werkvoorbereider. Die moet niet alleen alles in kaart brengen, maar ook aangeven waar de taken uitgevoerd moeten worden en hoe ze uitgevoerd mogen worden. Toerusten kan ook betekenen ?spalken?: Weer in het gelid zetten, op zijn plaats zetten. En wel op die plaats waar het weer kan functioneren in het lichaam. Dat is mede uw taak als ambtsdrager: Gemeenteleden op hun juiste plaats zetten. Dat vraagt inzicht, beleid en organisatie of modern gezegd: doelgericht gemeente-zijn met doelmatige structuren. Soms loopt een activiteit dood en moet het opnieuw opgepakt worden, soms lopen leden verloren rond, ziet men zijn taak niet. U bent er voor om hen weer op de juiste plaats aan het werk te zetten. Ambtsdragers zijn vs 16 ?de geledingen die het lichaam als een welsluitend geheel bijeen houden?. Letterlijk, ze zijn de ?pezen? die naar oosterse voorstelling het voedseltransport naar het hele lichaam realiseren. Ambtsdragers zijn de verbindende de schakels, zonder hen zou de gemeente uit elkaar vallen. Ouderlingen en diakenen voeden de gemeente door onderwijzing uit het Woord, door geestelijke bemoediging en gebed en coördineren de gemeente, zodat, naar de kracht die elk lid op zijn wijze oefent, het lichaam groeit en zichzelf opbouwt in de liefde. Een enorme taak. Onmogelijk te vervullen, te veel om te doen, maar bedenk: Het is een gave...een gave van Christus, gave van de Geest. Hij heeft gegeven! Hij heeft geroepen. Hij institueert Zijn kerk en Hij bevestigt. Hij bouwt Zijn Kerk en bewaart Zijn Kerk. Die wetenschap halen we niet uit een boek over gemeenteopbouw maar , al eeuwen, uit de Schrift. Om Hem en door Hem, Christus, het Hoofd, roepen we: Leve de Kerk!
Amen |