|
De tijd voor Pasen, de veertigdagen tijd, is een tijd van bezinning. Om, nog meer dan anders, na te denken over goed en kwaad, over onze manier van leven, de manier van omgaan met elkaar en met Gods aarde. Door onze zonden was het leven met God in onbalans geraakt. Voor het goede kozen wij het kwade. Om de balans te herstellen moest Jezus door het dal van de dood. Hij ging door het donker om ons weer in het Licht te kunnen brengen. In de schikking wordt Zijn gebroken leven uitgebeeld door het geknakte riet met daartussen de rode anemonen als bloeddruppels. Zijn lijden, uitgebeeld door de doornen kroon, en Zijn doorgang door de dood, uitgebeeld door het zwarte doek, moeten de balans met God herstellen. Veertig dagen, tijd van inkeer, van lijden, verlatenheid. Diep ongelukkig staren we Hem na. Gevangengenomen, geslagen, gekruisigd. Druppels bloed vallen neer. Geknakt als riet buigt Hij het hoofd. Met Zijn dood zal Hij de balans met God herstellen!
|