| Datum | 13 juni 2004 middagdienst | | Voorganger | Ds. F. Blokhuis | | Tekst | Hebree?n 12: 1-3 | | Bijzonderheden/thema | "Jezus zien" |
Opwekking tot trouw1 Daarom dan, laten ook wij, nu wij zulk een grote wolk van getuigen rondom ons hebben, afleggen alle last en de zonde, die ons zo licht in de weg staat, en met volharding de wedloop lopen, die v??r ons ligt. 2 Laat ons oog daarbij (alleen) gericht zijn op Jezus, de leidsman en voleinder des geloofs, die, om de vreugde, welke v??r Hem lag, het kruis op Zich genomen heeft, de schande niet achtende, en gezeten is ter rechterzijde van de troon Gods. 3 Vestigt uw aandacht dan op Hem, die zulk een tegenspraak van de zondaren tegen Zich heeft verdragen, opdat gij niet door matheid van ziel verslapt. Geliefde gemeente van onze Here Jezus Christus, Hebt u Jezus weleens gezien? Heb jij de Here Jezus weleens gezien? Op een plaatje in de kinderbijbel...? In een film over Jezus...? Nee, ik bedoel de ?chte. Heb je di? weleens gezien? De periode dat Hij hier op aarde was, hebben wij gemist. Er zijn in verhouding maar heel weinig mensen, die Jezus gezien hebben. Dat zijn de mensen waarvan je kunt lezen in het NT. En nog niet eens alle mensen uit het NT. Want de Hebree?n bijvoorbeeld hebben Jezus waarschijnlijk nooit gezien. En die Hebree?n hebben daar ook best moeite mee. Want in hun Hebreeuwse (Joodse) godsdienst waren zij altijd gewend geweest, om w?l iets te zien. De tempel bijvoorbeeld. En de offers. En de priesters met hun bijzondere kleren. Er was heel wat te zien, bij hun oude manier van geloven. Maar dat telde nu niet meer, hadden ze geleerd. Nu telde alleen nog maar Jezus. En in het begin waren ze daar heel enthousiast over. Jezus is de langverwachte Messias. Hij is van God gekomen. Hij is uit de dood opgestaan. Man, als je dat gelooft, dan is de rest niet meer belangrijk. Maar toen verstreek de tijd. En ze konden hun oude manier van geloven t?ch niet vergeten. Want Jezus, dat was geweldig, maar Hij was wel weg ? in de hemel. En ze vonden het zo moeilijk om aan Hem vast te houden. Het was allemaal zo vaag geworden. En van de kant van de synagoge werd er getrokken. En ze werden getreiterd: Zo, jullie hebben een goeie ruil gedaan! Jullie hebben niet veel overgehouden h?? En dan gaan ze twijfelen. En verslappen. Ze zouden misschien het liefst terug willen naar de synagoge, sommigen doen dat ook, maar ze hebben allemaal iets van: Nou ? pff... Ik denk dat wij dat ook weleens hebben, jongemensen die het allemaal even niet zo zien zitten, of wij als gemeente, als het niet ?mee zit?. En wat ga je dan voorhouden, aan zulke mensen, die het soms even niet meer zien zitten, met hun geloof, met Jezus? Wat ga je schrijven, aan mensen die zeggen dat het geloof in h?n tijd veel moeilijker is geworden, dan toen God bijv. meer w?nderen deed? Wat ga je zeggen tegen mensen die denken: vroeger was het gemakkelijker om te geloven? Als je in de tijd van Abraham geleefd had; of in de tijd van Mozes; of in de tijd van David ? ja, toen was God er wel. Of, in de dagen dat Jezus op aarde was ? ja, dan kan IK ook geloven. Weet je wat er in de Hebr.brief staat, vlak voor onze tekst? Daar staat, dat geloven vroeger minstens net zo m?eilijk was als nu. Abraham geloofde, maar hij zag niet dat hij een kind kreeg. Daar heeft hij jaren op moeten wachten. Noach geloofde God en hij bouwde een ark, ook al had hij nog geen spat regen gezien. De Israelieten zijn zeven dagen om Jericho heen gemarcheerd, en ze dachten misschien: We zijn gek. Maar ze geloofden dat God er was. Zulke dingen kun je lezen in Hebr.11. De Hebree?n moeten niet denken, dat aan h?n iets onmogelijks wordt gevraagd. Want ook de gelovigen uit het OT hebben op God vertrouwd, zonder nou altijd direct iets te zi?n. Dus, die mensen waar jullie misschien een beetje jaloers op zijn, zegt de schrijver, die mensen waar jullie van denken: di? konden nog eens geloven, die hadden het echt niet makkelijker dan jullie. Die gingen heus niet gel?ven, omdat ze iets hadden gezi?n. En dan stelt de schrijver voor, aan het begin van hoofdstuk 12, om die mensen uit het OT er maar eens bij te roepen. We hebben heel die grote wolk van getuigen om ons heen, als in een stadion. Jullie zijn de hardlopers, en zij zitten op de tribune. En ze staan aan jullie kant, ze steunen jullie. Ok?, dat is het eerste. Dat je het gevoel krijgt, dat er niet een grote ?fstand is tussen jullie en de mensen die v??r jullie geloofd hebben. Dan het tweede. Je dreigt af te haken. Om nu t?ch de eindstreep te kunnen halen, moet je zo weinig mogelijk met je mee zeulen. In Griekenland droegen atleten zelfs geen kl?ren. Daar komt ons woord ?gymnastiek? nog vandaan, want ?gymnos? betekent ?naakt?. Als je nu moeite hebt om te blijven geloven, bedoelt de schrijver, zou dat dan niet ook kunnen komen, doordat je zo makkelijk allerlei verkeerde dingen met je mee zeult? Want kijk, je kunt wel zeggen dat je geloof inzakt, omdat het vr?eger makkelijker was om te geloven. Maar is het niet eerlijker om te zeggen, dat je geloof inzakt, omdat je zo snel achter de verkeerde dingen aanloopt? Er staat in vers 1: leg af alle last en de zonde. Ik vind dat eerste woordje nog opvallender dan het tweede. Wat z?nde is, dat weten wij wel. Maar er bestaat ook ?last?. Iets wat misschien nog geen zonde is, maar wat het wel kan worden. Je kunt dingen mee zeulen, die misschien niet pers? verkeerd zijn, maar waarvan je wel weet, dat ze je in de problemen kunnen brengen. Wij zitten vaak nogal eens n?t er tegenaan. Da?s helemaal niet verstandig. Nou, dit zijn twee aanwijzingen voor de Hebree?n, om het niet op te geven: let op de toeschouwers, de gelovigen van vroeger, die om je heen zitten. haal dingen van je rug af, waar je onder het lopen last van kunt krijgen. Maar de belangrijkste aanwijzing komt nog, dat is de derde. Laat ons oog gericht zijn op Jezus (vers 2) Vestigt uw aandacht op Hem (vers 3). [Zie ook 2:8, 3:1] De Hebree?n zaten ermee, dat ze eigenlijk niks hadden, om zich aan op te trekken. En dat de gelovigen van vroeger het wat dat betreft makkelijker hadden. Maar nu zegt de schrijver: Jullie hebben J?zus! J?llie hebben Jezus!0 Ja, en daar gebruikt die schrijver nogal wat woorden voor. Hij zegt het even wat ingewikkelder dan dat ik nu doe. En het is best wel goed om dat even te bekijken. [vers 2a: Leidsman en Voleinder] De Leidsman: er is niemand die ons z? voorgaat in het geloof als Jezus. De Voleinder: er is niemand die het geloof zo tot het laatste en hoogste toe heeft volgehouden, als Jezus. Dus, de weg van het geloof is, van het begin tot het einde, door Jezus volmaakt afgelegd. Hij is helemaal doorgelopen tot vlak bij God. En Jezus heeft dat als m?ns volbracht. [vers 2b: het kruis op zich genomen] Op zich had Jezus dat niet hoeven te doen. Hij had zo kunnen doorlopen naar ?de vreugde die voor Hem lag?. Daar had Hij, als onschuldige, recht op. Jezus had de vreugde v??r zich liggen. Zoals WIJ, volgens vers 1, de w?dloop voor ons hebben liggen. Maar Jezus heeft gezegd: Ik ga niet naar de vreugde, ook al ligt die in vers 2 zo v??r Me ? Ik ga eerst naar vers 1. Ik ga met de m?nsen meelopen, met de Hebree?n, met de Schiedammers. Ik ga het kruis, dat zij hadden moeten dragen, op Me nemen. Ook dat woord ??p zich nemen? staat, behalve in vers 2 ook in vers 1. Met volharding, staat er dan vertaald. Maar dat is datzelfde woord: dat je het op je neemt, namelijk de wedloop. (In vers 3 komt datzelfde woord n?g een keer terug: Jezus heeft de tegenspraak van de zondaren ?p zich genomen.) Het is de bedoeling van de schrijver, om dat naast elkaar te zetten: Wij kunnen de wedloop op ons nemen, omdat J?zus het kr?is op zich heeft genomen, en alles wat t?gen Hem was. Dus, de weg die de Hebree?n voor zich hebben, en waar ze onder zuchten - Jezus gaat ze voor op die weg, Hij zegt: Kom maar mee, Ik heb deze weg helemaal tot het einde afgelegd, kom maar achter Mij aan. Op d?ze Jezus moeten de Hebree?n letten. De Jezus die h?n weg k?nt. De Jezus die weet hoe zwaar die weg kan zijn, want je moet hem echt ?p je nemen, maar het is ook de Jezus die je v??rgaat op die weg, en die weet waar het naar toe gaat. Naar Hem moet je kijken. Ik vroeg aan het begin van de preek: Heb je Jezus weleens gezien? Hier in Hebr.12 krijg je tot twee keer toe de opdracht: Kijk naar Hem. De ene keer staat er: laat je oog alleen op Hem gericht zijn. Letterlijk: Je moet van de rest ?fkijken, w?gkijken. Je moet dus niet kijken, naar wat je zou willen meetillen. De last en de zonde. Laat staan. Je moet ook niet kijken naar de baan waarop je loopt, of je dat wel kunt volhouden. Of naar jezelf, hoe je aan het lopen bent, of dat wel ergens op lijkt: kijk naar Jezus. En in vers 3 staat er dan: vestig je aandacht op Hem. Daar staat een werkwoord, dat betekent dat je er met je volle verstand op betrokken bent. Bijna dat je het ber?kent. Het is niet boeddhistisch wegzweven, je verstand op nul, zodat je in hogere sferen komt. Nee, het is juist met je volle verstand, met al je wilskracht, gericht zijn op Jezus, en Hem dan steeds meer v??r je zien. En nou wil ik u vanmorgen eens vertellen, hoe goed dat is. Als je, heel bewust, met je volle aandacht, op Jezus gericht bent. Het maakt je leven z? anders. Ik zeg niet dat je nooit meer verdrietig bent, verslagen. Of dat je hoofd nooit meer omloopt. Maar dit is wel de manier, om het vol te houden. Als je toch Jezus gaat zien. Dus niet, op het moment dat je wakker wordt, kijken naar alle draken die er op je afkomen, naar alle drukte, alle zorgen, maar naar Jezus. Dan k?n je geloof ook niet meer zo inzakken. Die Hebree?n hadden eigenlijk niet echt iets met Jezus. Ze geloofden wel in Hem, maar toch was het allemaal erg ver weg. Pasen, dat ging voor hen over de opstanding. Maar de Opgestane H?re J?zus l??fde niet echt voor ze. Ze zagen Hem niet. Ze waren veel meer bezig met wat er op hun weg kwam: aan lasten, aan zonden, en ze konden daar niet tegenop. Het is ook vaak ons probleem, dat we Jezus niet echt zien. Soms proberen we Hem kunstmatig in ons leven te betrekken. Misschien bent u ook wel opgevoed met de gedachte: Jezus moet kunnen terugkomen. Je moet Hem, bij alles wat je doet, kunnen ontmoeten. Dat is op zich wel waar. Maar Jezus is dan, zolang Hij niet k?mt, nog wel erg ver weg. Je kunt ook proberen je voor te stellen: wat zou Jezus nu doen? En dat is op zich een loffelijk streven. Je hebt tegenwoordig van die armbandjes met daarop de letters WWJD ? what would Jesus do? Maar ook dat heeft iets kunstmatigs. Want eigenlijk zeg je dan: wat z?u Jezus, stel je voor dat Hij in deze situatie zou belanden ? Hij is hier niet, maar stel dat Hij er nu zou zijn, wat zou Hij dan doen ? want Hij doet niks... Wat hier in Hebr.12 staat, gaat veel verder. Is veel directer, veel minder kunstmatig. Je kunt Jezus zien. Je kunt weten dat Hij aanwezig is. Dat Hij op jouw weg is. Je blijft Pasen vieren, want de Opgestane Heer is een realiteit in je leven. Ik zal je niet begeven en Ik zal je niet verlaten, staat er in Hebr.13. Jezus is op je weg. En God, wat is die weg soms zwaar. Maar Jezus kent de weg, want Hij heeft hem zelf helemaal afgelegd, tot bloedens toe en tot stervens toe. Zullen we als gemeente alle last aan de kant doen, en alleen gericht zijn op Jezus? Amen
|